Ik ben Harry Hilverda

Harry HilverdaIk heb altijd in het groen gewerkt. Daar ligt mijn hart. Ik heb mijn eerste baan gehad bij het Zeister Ziekenhuis. Netjes houden van de tuin en het verzorgen van de bloemen, dahlia’s vooral.

Ik begon 01-10-1972. op zon en schild. Ik werd aangenomen door de heer Jekel en de heer Lintmeyer. Samen waren zij de baas. Lintmeyer was het hoofd tuindienst maar Jekel deelde uiteindelijk het werk uit. Van Jekel kwamen de opdrachten, zo ging dat toen. De allereerste opdracht was hout zagen. Er moesten palen komen voor de chrysanten. Ik werkte op het „vloeiveld” en op de heidestek-afdeling. later kwam ik terecht op de grasmachine dat was de „Ramsones” een grote machine. Hier was ik dagelijks mee op pad om de gazons te maaien. Als dat klaar was deed ik nog wat onderhoud van de beplanting, maar grasonderhoud was het voornaamste. Ik vond het leuk werk en het werd een stukje eigen. In latere jaren kwam er een nieuwe machine, en dat werd de „Toro” met van alles er op en er aan. Ook voor de winter. Dan kwam er een borstel voor om sneeuw te ruimen. Dat vond ik ook geweldig vooral als er auto’s verkeerd geparkeerd stonden. Die stoof ik dan helemaal onder. Dan moesten de medewerkers hem zelf uitscheppen. Zij mopperden meestal niet, want ze stonden immers verkeerd. Toch moest je een brede rug hebben voor de mopperaars. Ook bij nacht en ontij kwamen wij opdraven om de wegen schoon te vegen en te strooien. En ook met de kerst werden wij opgeroepen. Dus ik had het reuze naar mijn zin bij de tuindienst. We gingen met onze tijd mee, want later werd de naam van onze dienst groenbeheer. Ik kon mij goed bezig houden met het werk op het terrein vooral ook met de herfst. Dan was ik aan het bladblazen.

Als ik met de Toro onderweg was kwam ik heel veel bewoners tegen die een praatje met mij maakte of zelfs in de machine kropen als zij de kans kregen. Dat lukte wel, maar ze er uit krijgen ging heel wat moeilijker. Maar ik kreeg het wel voor elkaar. Ook hielpen wij bij het zoeken van bewoners op het terrein en in het bosgebied als er weer eens eentje zoek was. Het terrein is 80 hectare groot en omdat wij het meest op het terrein en bosgebied bezig waren, waren we de aangewezen personen om te helpen zoeken.

Ik zelf wist al dat er een museum was. Daar kwam ik wel eens langs en ging er vaker even kijken. Vooral bij slecht weer wipte ik naar binnen. In de zomer waren er ook sportdagen. Er was toen veel te doen en ik nam deel met het filmen en vastleggen van de verschillende sporten. Er was een groepje medefilmers waardoor zo op verschillende locaties gefilmd kon worden bij verschillende sporten. Dit werd later uitgezonden vanuit het medisch centrum met Jan van Velzen, zodat de patiënten en medewerkers dat op hun kamers en in de cantilles konden zien. Allemaal echt leuke dingen om hier te blijven werken. Ook met de collega’s kon ik goed opschieten. Toen ik ouder werd dacht ik: „ik moet het nu maar aan een opvolger overgeven”. En ik moet wat anders gaan doen. Toen werden wij uitgenodigd door de raad van bestuur om mee te werken het museum nieuw leven in te blazen. Dat leek mij gelijk leuk. Er kwamen ook meer collega’s van andere diensten. Zo kregen wij een vast groepje die wekelijks aan de slag gaan in het museum. Het sloeg duidelijk aan bij ons. Het museum op zich heeft heel veel spullen zoals foto’s, VHS banden, boeken en dia’s. Ik kan veel verhalen vertellen over mijn werk bij Zon & Schild. Ik nodig u uit om eens langs te komen en ze te horen.